pasen_2019_niveau1

Filter toggle

Pasen in België

Zondag is het Pasen. Dan vieren de christenen de dag waarop Jezus Christus uit de dood opstond. Rond Pasen hebben veel Belgen vakantie. Ze gaan op reis naar een zonnig land of ze gaan skiën in de sneeuw. Ook de paus viert Pasen. Zondag spreekt paus Franciscus duizenden gelovigen en toeristen toe in Vaticaanstad, Italië. Zoals elk jaar spreekt de paus de zegen 'Urbi et Orbi' ('in de staden in de wereld') uit. Hij spreekt de wensen uit in 60 verschillende talen. Ook in het Nederlands: "Zalig Pasen." Bij Pasen horen ook paaseitjes. Veel kinderen zoeken eieren uit chocola in de tuin bij familie. En jij, ga jij ook veel paaseieren eten?

Label:vieren
Definitie:een feest geven omdat er iets speciaals gebeurt
vieren, vierde, heeft gevierd
Voorbeeldzin:We vieren dat oma 70 is geworden. We vieren mijn verjaardag met een etentje.
Label:christen
Definitie:iemand die gelooft dat Jezus Christus de zoon van God is
de christen [christenen]
Voorbeeldzin:In Nederland wonen vooral christenen.
Label:dag
Interpretaties:
Label:dood
Interpretaties:
Label:opstaan
Interpretaties:
Label:vakantie
Interpretaties:
Label:reis
Definitie:de tocht van de ene plaats naar de andere
de reis [reizen]
Voorbeeldzin:Deze zomer maken we een reis door Frankrijk.
Label:zonnig
Definitie:met (veel) zon
Voorbeeldzin:Morgen wordt het een zonnige dag.
Label:land
Interpretaties:
Label:sneeuw
Definitie:zachte, witte ijsdeeltjes die uit de lucht vallen in de winter
de sneeuw
Voorbeeldzin:Ik vind sneeuw veel leuker dan regen.
Label:paus
Definitie:de religieuze leider van de katholieke kerk, die in het Vaticaan in Rome woont en werkt
de paus [pausen]
Label:vieren
Definitie:een feest geven omdat er iets speciaals gebeurt
vieren, vierde, heeft gevierd
Voorbeeldzin:We vieren dat oma 70 is geworden. We vieren mijn verjaardag met een etentje.
Label:spreken
Interpretaties:
Label:paus
Definitie:de religieuze leider van de katholieke kerk, die in het Vaticaan in Rome woont en werkt
de paus [pausen]
Label:toerist
Definitie:een persoon die een land of stad bezoekt
de toerist [toeristen / de toeriste - toeristes]
Voorbeeldzin:Toeristen herken je vaak aan hun rugzak en fototoestel.
Label:jaar
Definitie:een periode van 365 dagen
het jaar [jaren]
Voorbeeldzin:In welk jaar ben je geboren?
Label:spreken
Interpretaties:
Label:paus
Definitie:de religieuze leider van de katholieke kerk, die in het Vaticaan in Rome woont en werkt
de paus [pausen]
Label:zegen
Definitie:het geluk van God, een heilig woord
de zegen [zegens]
Voorbeeldzin:De paus gaf het kindje de zegen.
Label:wereld
Interpretaties:
Label:spreken
Interpretaties:
Label:wens
Definitie:iets wat je heel graag wilt
de wens [wensen]
Voorbeeldzin:Mijn grootste wens is een nieuwe fiets.
Label:verschillend
Definitie:niet dezelfde, niet hetzelfde, anders
Voorbeeldzin:Op het werk hebben zij en ik een verschillende taak.
Label:taal
Definitie:systeem van klanken, letters en woorden waarmee mensen contact met elkaar hebben
de taal [talen]
Voorbeeldzin:Marcel spreekt drie talen
Label:horen
Interpretaties:
Label:paasei
Definitie:een ei met een kleurtje dat met Pasen wordt opgegeten (kan ook van suiker of chocolade zijn)
het paasei [paaseieren]
Voorbeeldzin:De kinderen zochten naar paaseieren in de tuin.
Label:kind
Definitie:een mens die nog niet volwassen is
het kind [kinderen]
Voorbeeldzin:Oom Tom speelt met de kinderen in de tuin.
Label:zoeken
Definitie:iets of iemand proberen te vinden
zoeken, zocht, heeft gezocht
Voorbeeldzin:Ik weet niet waar mijn sleutels zijn, ik ben al een uur aan het zoeken.
Label:ei
Voorbeeldzin:Wie wil er een eitje bij het ontbijt?
Label:tuin
Definitie:een stuk grond bij een huis waar planten en bloemen groeien
de tuin [tuinen]
Voorbeeldzin:Gisteren hebben we rozen in de tuin geplant.
Label:familie
Definitie:de mensen met wie je een band hebt door geboorte of door een huwelijk
de familie [families]
Voorbeeldzin:Ik ga liever op vakantie met vrienden dan met mijn familie.
Label:paasei
Definitie:een ei met een kleurtje dat met Pasen wordt opgegeten (kan ook van suiker of chocolade zijn)
het paasei [paaseieren]
Voorbeeldzin:De kinderen zochten naar paaseieren in de tuin.
Label:eten
Interpretaties:
Label:dag
Definitie:dit zeg je als je iemand ontmoet ( informeel)
Voorbeeldzin:Dag Leo, alles goed? Hallo, hoe gaat het ermee? Hoi Maartje, hoe was je vakantie?
Label:dag
Definitie:dit zeg je als je afscheid neemt
Voorbeeldzin:Dag allemaal, tot de volgende keer! Tot ziens, kom snel weer eens langs. Doei, Emma.
Label:dag
Definitie:de periode dat het licht is (tot de zon ondergaat)
de dag [dagen]
Voorbeeldzin:In de winter zijn de dagen korter.
Label:dag
Definitie:een periode van 24 uur
de dag [dagen]
Voorbeeldzin:Hoeveel dagen zijn we vrij?
Label:dood
Definitie:het einde van je leven
de dood
Voorbeeldzin:Sinds de dood van haar man woont Eva in Spanje. Ben jij bang voor de dood?
Label:dood
Definitie:als je dood bent, leef je niet meer
Voorbeeldzin:Zijn vader is al enkele jaren dood.
Label:opstaan
Definitie:uit bed komen
opstaan, stond op, is opgestaan
Voorbeeldzin:Hoe laat sta jij 's ochtends op?
Label:opstaan
Definitie:gaan staan
opstaan, stond op, is opgestaan
Voorbeeldzin:Toen de film afgelopen was, stonden de mensen op.
Label:vakantie
Definitie:een periode waarin je niet hoeft te werken of naar school hoeft te gaan
de vakantie [vakanties]
Voorbeeldzin:Onze vakantie in Italië was fantastisch.
Label:vakantie
Definitie:een reis die je maakt tijdens de periode dat je niet hoeft te werken of naar school hoeft te gaan
de vakantie [vakanties]
Voorbeeldzin:Wanneer ga je op vakantie?
Label:land
Definitie:een stuk grond
het land [landen]
Voorbeeldzin:Op dit land staat maïs.
Label:land
Definitie:een gebied binnen bepaalde grenzen met een eigen regering
het land [landen]
Voorbeeldzin:De Europese Unie bestaat uit meer dan 25 landen.
Label:spreken
Definitie:een gesprek hebben met iemand
spreken, sprak, heeft gesproken
Voorbeeldzin:Morgen zullen we daar met de collega's over spreken.
Label:spreken
Definitie:de taal goed kunnen gebruiken
spreken, sprak, heeft gesproken
Voorbeeldzin:Spreek je Engels?
Label:wereld
Definitie:een bepaalde samenleving, een groep mensen
de wereld [werelden]
Voorbeeldzin:Ken jij mensen uit de wereld van de wetenschap?
Label:wereld
Definitie:de aarde, de planeet waarop alle mensen leven
de wereld [werelden]
Voorbeeldzin:De wereld is van iedereen.
Label:horen
Definitie:je oren gebruiken
horen, hoorde, heeft gehoord
Voorbeeldzin:Ik hoor een vliegtuig, maar ik zie het niet.
Label:horen
Definitie:moeten (volgens bepaalde regels of normen)
horen, hoorde, heeft gehoord
Voorbeeldzin:Kleine kinderen horen nu al in bed te liggen.
Label:horen
Definitie:passen bij, bij iets of iemand moeten zijn
horen, hoorde, heeft gehoord
Voorbeeldzin:Die kop en dat schoteltje horen bij elkaar.
Label:eten
Definitie:de dingen die je eet
het eten
Voorbeeldzin:Kom maar aan tafel. Het eten is klaar. Soldaten brachten voedsel naar de bevolking in het oorlogsgebied.
Label:eten
Definitie:voedsel door je mond in je lichaam laten gaan
eten, at, heeft gegeten
Voorbeeldzin:Heb je al gegeten vandaag?